Tekst

Ik zie de wereld als een collage van systemen; bedachte structuren waarbinnen we ons dagelijks bewegen en die ons zekerheid geven. Ik reageer met mijn werk op deze schijn-constructen en façades en richt me daarbij voornamelijk op architectuur en taal. 

Plekken, gebouwen of woorden die naar mijn idee dualiteit of schijn in zich dragen gebruik ik als aanleiding voor het werk. Ik zie dat ‘iets’ niet het een of het ander hoeft te zijn, maar een eigen fluctuerende waarheid kan hebben. Hierbij gebruik ik verschillende referenties uit de architectuur (materiaal, constructen) en taal (woorden, lettertypes) die ik vervorm tot objecten en tekeningen die zich niet in één keer laten vangen.

Ik bouw met een nieuw werk steeds voort op voorgaande werken. Mijn werk overlapt en sampelt daardoor beelden uit het gehele maakproces. Papier heeft een beton-print of structuur, beton is gegoten in mallen van papier, staal is een uitvergroting van een papiersculpuur enz. Het zijn steeds wisselwerkingen tussen schetsmatige materialen (potlood, stift, A4tjes, houtjes) en architecturale materialen (de ruimte zelf, structuren van de ruimte, beton, zeil, metaal). De eigenschappen van deze materialen overlappen herhaaldelijk waardoor scheidslijnen vervagen en meerdere perspectieven zichtbaar zijn in één object of ruimte.